Boeddhisme
Handelaren op de zijderoute liepen tijdens hun maandenlange kameeltochten een grote kans om overvallen, beroofd en vermoord te worden. Eenmaal buiten de poorten van de meest westelijke vesting in China, Jiayuguan, moesten handelaren hun tochten onbeschermd voortzetten. In de hoop veilig aan te komen doneerden veel handelaren geld aan kunstenaars die dan boeddhistische beelden en schilderingen aanbrachten in de befaamde Dunguang grotten. Het helpen propageren van Boeddhisme zal de verspreider veel goeds brengen en slechte gebeurtenissen vereffenen.
Het Boeddhisme is niet zozeer een religie, maar meer een filosofie. Het is ook belangrijk om te realiseren dat een boeddha geen supermens of god is. Ieder kan een boeddha worden.
Gebeurtenissen die een individu overkomen zijn het gevolg van daden die het individu zelf veroorzaakt. Het principe van Boeddhisme berust op causaliteit, alles is eigenlijk oorzaak en gevolg, dan wel daad en gevolg. Iemand die kwaad doet krijgt kwaad, iemand die goed doet krijgt goed. Dit wordt in het Sanskriet Karma genoemd, letterlijk daad. Het is een boekhouding systeem waar bij er altijd een afweging is tussen goed en kwaad. Dat betekent bijvoorbeeld dat iemand die veel goeds heeft gedaan in het verleden en nu slecht doet, pas iets slechts overkomt als het slechte het overwicht krijgt op de balans van daden. En andersom geldt het natuurlijk ook. Daarom lijkt het soms dat sommige mensen probleemloos rond blijven lopen ondanks hun kwade daden en intenties, het goede wat ze hebben gedaan in het verleden heeft dan nog overwicht. Maar alles zal men moeten meemaken of het nou vervelend is (een ongeluk of bedrogen worden) of een iets leuks (zoals een loterij winnen) totdat het karma afloopt, je kunt gebeurtenissen dus niet ontlopen. Een analogie is heel veel moeite doen om met een fiets op een heuvel te komen, eenmaal na de top is de weg naar beneden makkelijk en aangenaam. Men moet offeren om goede karma te planten om dan de zoete vruchten te oogsten.
Al het leven is lijden. Natuurlijk zijn we allemaal wel eens gelukkig, maar dat zijn maar korte en zeldzame momenten op een heel mensenleven. We begeren geluk, maar begeren is altijd lijden. Iets willen hebben en nog niet krijgen is lijden, angst om iets te verliezen wat men bezit is lijden, en het verdriet van verlies is lijden. De oorzaak van wedergeboorte, is daarom ook begeerte. Onze begeerte leidt ons tot gedachten en tot het uitvoeren van daden, het creëert dus karma. De kracht van begeerte is in mensen zo sterk dat het bijna altijd tot wedergeboorte, en dus tot lijden, leidt.
Uit onwetendheid begeert de mens nog altijd de illusie en vertrouwt men op schijnzekerheid. Men verbindt zich aan iets wat niet vast te houden is, alles is vergankelijk (eigenlijk moeten wij van veranderlijk spreken omdat verandering ook een verbetering kan zijn). Een nieuwe auto is prachtig, maar wat is er nog van over na tien jaar? De schoonheid van de mens is net zo eindig en zal in een korte tijd vergaan, de promotie op werk kan plotseling omslaan in ontslag. Naast het feit dat hechten geen nut heeft zal het ook tot pijn van de desillusie leiden. De illusie van zekerheid en differentiatie leidt tot verschrikkelijk veel problemen in deze wereld: mensen die zich in naam van een land misdaden begaan omdat ze vertrouwen op de stabiliteit en permanentie van hun (op dat moment krachtige) regering, het voortrekken van bepaalde mensen omdat deze geliefd zijn door ons en anderen die we niet kennen vinden we niet belangrijk en benadelen we. Mensen geven vaak alleen om degenen waaraan ze gehecht zijn, en geven niets om degenen waaraan ze dat niet zijn. Daarom moeten vooral ouders inzien dat ze zelfs hun eigen kinderen moeten zien als individuen, en niet als een onderdeel van zichzelf.
Het ultieme inzicht is dat alle mensen en alle wezens eigenlijk hetzelfde zijn.
Strikt theoretisch en schematisch: onwetendheid à creëert karma à ontstaan van bewustzijn à ontstaan van illusie van vorm en identiteit à ontstaan van gevoel à ontstaan van begeerte à willen vasthouden à ontstaan van wording à wedergeboorte à brengt ouderdom, ziekte, dood, pijn en wanhoop. Het einde betekent voor velen doodsangst, echter, met de leer van boeddha kan dit proces worden doorbroken om zo Nirvana te bereiken.
Als men echter inziet dat alles, het leven incluis, wordt gecreëerd door karma, dan is het toch duidelijk dat alleen volledige afstand van behoefte het ontstaan van wedergeboorte, en dus lijden, kan stoppen. In het boeddhisme is dan alles ook een illusie, en omdat alles daarop gebaseerd is, is alles op zichzelf leeg. Monniken en nonnen bezitten derhalve niets.
In onze tijd, is het Sakyamuni Boeddha degene die de Boeddhistische leer op deze aarde (her)verkondigde. Hij werd 2500 jaar geleden als prins Siddharta Gautama geboren in een koninkrijk wat zich tegenwoordig in noord India bij de grens van Nepal bevindt. Het werd voorspeld dat dit kind of een heerser zou worden of een groot verlicht persoon. Dit laatste zou hij worden na een ontmoeting met drie mensen: een oud mens, een ziek mens en een stervend mens. Hopende dat prins Siddharta zou heersen over zijn koninkrijk probeerde de koning op alle mogelijke manieren zijn zoon te isoleren van de waarheid van deze wereld. Siddharta werd vanaf zijn geboorte omringd met luxe en comfort, ieder en alles wat hij zag en mee in contact kwam was prachtig en in opperste staat van zijn. Prins Siddharta had geen notie van de echte wereld buiten, totdat hij tijdens de zoveelste feestelijke optocht de kans zag weg te glippen van zijn koninklijke entourage. Niet lang daarna zag hij tot zijn schrik een oude zwerver. Nimmer had hij iemand gezien die in zo een dergelijke staat was. Intussen had zijn knecht hem gevonden en prins Siddharta vroeg aan hem wat er aan de hand was met die man. “Dat is ouderdom mijn prins”. En prins Siddharta maakte kennis met ouder worden.
Verderop hoorde hij iemand moeilijk ademen. Gedreven door zijn nieuwsgierigheid ging hij op zoek naar de bron van het geluid. Eenmaal aangekomen zag de prins een doodzieke in bed liggen, kreunend van de pijn. Geschrokken vroeg prins Siddharta aan zijn knecht wat er aan de hand was. “Dat is ziekte mijn prins”. En prins Siddharta maakte kennis met ziek worden.
Nadat de prins het huis van de verliet zag hij een groep mensen huilend om een vuurstapel staan. Hij naderde en tot zijn schrik zag hij temidden van de vlammen een lijk liggen. Wederom vroeg prins Siddharta om uitleg. “En dat is de dood mijn heer, dat overkomt ieder van ons. Ons lichaam wordt stijf en vergaat”. Siddharta had kennis gemaakt met sterven.
Eenmaal terug in paleis kon prins Siddharta maar niet stoppen met denken aan de drie verschrikkelijke fases die elk mens moet meemaken: ouderdom, ziekte, en sterven.
Hij bedacht: “er moest een manier moest bestaan om uit deze trieste cyclus van leven en dood te komen”. Na een gesprek met zijn vader over zijn bewustwording kreeg te horen dat het eenmaal de realiteit was dat ieder leeft en weer sterft leeft en weer sterft tot in de oneindigheid, een vloek zonder uitweg. Prins Siddharta concludeerde daarna dat het antwoord op zijn zoektocht buiten het paleis lag. Zijn vader was echter bang dat zijn zoon zich zou vervreemden van zijn plannen en gaf het bevel om de prins op geen enkele voorwaarde buiten het paleis te laten. Op een bewuste ochtend sloop prins Siddharta toch het paleis uit, maar vreemd genoeg waren alle mensen in en rondom het paleis in een vreemde slaap geraakt, waardoor hij zonder moeite kon ontsnappen naar het woud op zoek naar het antwoord. Eenmaal in het woud gaf hij al zijn bezittingen weg aan zijn knecht en de enkele arme mensen die daar rondliepen, en knipte zijn lange haar af.
Ten tijde van prins Siddharta waren er al velen die aan de hand van oud Indiase (brahmanisme) geloven ook op zoek waren naar een manier om te ontsnappen aan de cyclus van wedergeboorte. Het principe achter de meeste methoden is het extreme ontzeggingen van aardse genoegens door zich bijvoorbeeld uit te hongeren of zichzelf te pijnigingen (ascese). Siddharta kon zich niet volledig vinden met deze methoden, ze waren soms te extreem of zinloos, en niet goed onderbouwd.
Hij besloot een bepaalde mate van ascese te combineren met een innerlijke zoektocht (meditatie), om zo het antwoord te vinden. Nadat hij maanden nauwelijks at en dronk was hij lichamelijk zeer verzwakt, uitgedroogd en letterlijk vel over been. Ondanks zijn inspanningen kwam Siddharta maar niet verder in zijn zoektocht naar de verlossing. Totdat hij op een dag langs een rivieroever een gesprek hoorde tussen een man die een jongere leerde roeien: “Niet te hard en niet zacht, regelmatig maar rustig”. Dàt verklaarde waarom het Siddharta maar niet lukte: hij was veel te rigide geweest, hij forceerde het.
Siddharta was vier weken aan het mediteren onder de Bodhi boom, waar hij gedurende die tijd constant werd lastiggevallen door Mara de machtige demoon. Mara probeerde op alle manieren Siddharta af te leiden, eerst door genot en verleiding, en toen dat niet werkte gebruikte Mara terreur door zijn soldaten uit de hel in te zetten. Tevergeefs, want Siddharta had een zeer belangrijk antwoord bij zichzelf gevonden wat in feite de sleutel is tot de verlichting: “ik ben leeg, er bestaat geen ik”.
Toen hij dat realiseerde kon hij inzien dat alles in feite alleen een vorm is (jij, ik, man, vrouw, mooi, lelijk, groot, klein etc.) en inhoudelijk leeg is en geen ware betekenis heeft. Alle verschrikkingen van Mara waren dus ook een illusie. (Er wordt ook gezegd dat Mara niet zozeer iets of iemand is die zich buiten ons bevind, maar dat het in feite een onderdeel is van ons zelf). Siddharta stak zijn hand uit en raakte de grond aan zodat de aarde getuige was van zijn verlichting.
Nadat Siddharta, nu Sakyamuni Boeddha, verlicht was geworden maakte hij kennis met het geheel van het universum. Hij begreep nu dat er voor de tijd die ons bekend is al talloze Boeddha’s zijn geweest en na ons er nog talloze zullen komen. Ook de Boeddhistische leer van onze tijd, de Dharma, is eindig en heeft maar een beperkte tijd voordat deze kennis wederom uitsterft. Sakyamuni Boeddha stond op het punt onze wereld met haar beperkingen van tijd en plaats te verlaten toen de andere Boeddha’s hem met klem verzochten om op deze aarde te blijven en aan zoveel mogelijk mensen de ervaring en zijn ontdekkingen door te geven. Na zijn verlichting heeft hij nog 40 jaar les gegeven in de Dharma voordat hij deze wereld verliet voor Nirvana. Veel volgelingen raakten gedeprimeerd toen Sakyamuni overleed, maar de gevorderden accepteerden deze gebeurtenis als een vanzelfsprekendheid. In deze wereld (Samsara) ontkomt niemand aan de vergankelijkheid en de dood.
De leer van Boeddha heet de Dharma. De lessen die hij gaf heten Sutra ’s. De lessen van Sakyamuni Boeddha hebben het doel om alle bewuste wezens te verlossen uit het pijnlijke cyclus van wedergeboorte. Met het oplezen van Sutra ’s wordt de kracht van het goede opgewekt en leidt tot toename van goede Karma. Dit om uw eigen verlichting dichter bij te brengen en om bijvoorbeeld slechte gebeurtenissen af te stevenen, of deze te verlichten. Door een Sutra correct toe te passen op een bepaalde situatie kan lijden verholpen worden (om bijvoorbeeld bij overlijden te zorgen dat de overledene goed terecht komt). Bij sterfgevallen kunnen bepaalde Sutra ’s de pijn verminderen en mensen gekalmeerd en voorbereid de dood in te laten gaan. Goede Karma opgewekt door goede daden en reciteren van Sutra ’s en Mantra’s (lijfspreuk van een bepaalde boeddha of bodhisattva) kan men ook schenken aan een anderen.
Wat belangrijk is om te begrijpen is dat de Boeddha heeft ontdekt en begrepen hoe alles werkt, hij heeft het “systeem” niet gecreëerd. Een andere waarheid is dat ieder een boeddha kan worden daar ieder de Boeddha natuur in zich heeft. Zelfs Sakyamuni Boeddha heeft fouten begaan in zijn vorige levens, maar desondanks heeft hij het Nirvana toch bereikt. Dit principe geldt voor alle wezens.
Bodhisattva ’s
Zijn net zoals Boeddha’s verlichte mensen. Echter, een Bodhisattva blijft nog in deze wereld om andere mensen te helpen om hun verlichting te bereiken (vergelijkbaar met de Heilige Maria). Een Bodhisattva is er meer voor praktische hulp, een Boeddha is er meer voor om wezens te begeleiden in de leer, meer theoretisch. Een Boeddha heeft net zo veel medeleven voor bewuste wezens maar heeft deze wereld met haar beperkingen van tijd, plaats en natuurwetten verlaten (Nirvana).
De eed van bijvoorbeeld Bodhisattva Guan Yin is groot: “ Ik zal pas volledig verlicht worden als alle bewuste wezens ook verlost zijn (dus allemaal in de staat van Nirvana)”. Hoewel dit een eindeloze taak lijkt is geduld een belangrijk kenmerk van alle Bodhisattva ’s.

Belangrijke punten
Chinese Geloven en Symboliek
De acht onsterfelijken
De Pa Hsien zijn geen heiligen of goden. Toch hebben ze bijzondere krachten en nemen zij een belangrijke plaats in binnen de Chinese cultuur. De acht zijn verheven personen die verspreid over een aantal perioden zouden hebben geleefd. Hun verhevenheid kwam voort uit het zich los kunnen maken van de wereld, het aardse. Ze hebben verschillende krachten, waaronder doden tot leven kunnen wekken, zich onzichtbaar kunnen maken en zich kunnen transformeren in een andere gedaante. Ze worden vaak op porselein afgebeeld.
De acht schatten
De Pa Pao, oftewel de acht schatten worden verbeeld door verschillende verzamelingen van antieke symbolen. Deze symbolen worden vaak afgebeeld op bijvoorbeeld porselein. De volgende verzamelingen kunnen voorkomen:
Alarm staf
Sanskrit: Hikileof Khakhara. Deze staf heeft een bladachtige lus aan de top en produceert een ringelend geluid. Het wordt gedragen door sommige monniken. Het geluid dat de staf voortbrengt overstemt alle wereldlijke geluiden voor degene die het draagt en waarschuwt tegelijkertijd kleine dieren zodat deze niet onder de voet worden gelopen. Eén van de wetten van het Boeddhisme is namelijk dat onder geen voorwaarde dieren om het leven mogen worden gebracht. Boeddha zou zelf ook een alarm staf hebben gehad.
Amber
Amber wordt voor het eerst genoemd in de eerste eeuw A.D en is het fossiele overblijfsel van hars en sappen van een tegenwoordig uitgestorven Chinese naaldboom. Het wordt in China gevonden in de Yunnan provincie waar het uit de grond wordt gehaald. De Chinese naam voor Amber is afgeleid van de Chinese term voor ‘ziel van de tijger’. Deze term is ontstaan vanuit het geloof dat wanneer een tijger sterft, zijn ziel de grond ingaat en daar getransformeerd wordt in een mineraal. Amber wordt dan ook geassocieerd met moed, een van de karaktereigenschappen toegeschreven aan de tijger. De waarde van een stuk is sterk afhankelijk van de maat, vorm, kleur en transparantheid. Er worden verschillende imitaties gemaakt van materialen zoals glas, hars, schaapshoorns en celluide.
Amitabha
Lett.: grenzeloos licht. Het is de afkorting van de naam Namah Amitabha, “Hoor ons, O Amida Boeddha!”. Zijn afbeelding wordt vaak gezien in het tweede hof van een Boeddhistisch klooster, aan de zijde van Shakyamuni Boeddha.
Amitabha is een populaire Boeddha en kwam voor het eerst naar voren in de vijfde eeuw A.D. Er zijn verschillende verhalen met betrekking tot zijn oorsprong. Zo zou hij een reïncarnatie zijn van de negende zoon van de antieke Boeddha Maha bhidjna Bhibhu. Amitabha is de Boeddha van het leven na de dood. Hij verblijft in Sukhavati, het pure en Gelukkige land, het Buddhistische paradijs in het westen. Elke sterveling kan in het paradijs herboren worden als zij Amitabha aanbidden. Deze reddende eigenschap vond zijn oorsprong toen Amitabha een eed aflegde toen hij nog een boddhisattva was. Hij beloofde alle levende wezens te redden als hijzelf Verlicht kon worden. Ook is Amitabha één van de vijf Dhyani Boeddha’s.
Meestal wordt hij afgebeeld zittend in lotuspositie met zijn handen op zijn schoot in meditatiehouding. Ook wordt hij vaak afgebeeld geflankeerd door twee boddhisattva’s. Deze zijn Guan Yin, die zijn medeleven verbeeld en Mahasthama die zijn wijsheid voorstelt.
Abrikoos
Prunus armeniaca. Deze vrucht symboliseert gelijkheid van beide seksen.
Apen
De aap is een van de dieren in de Chinese dierenriem. Tijdens de keizerlijke perioden in China was het dragen van het bont van de goudbruine aap alleen toegestaan voor leden van de keizerlijke familie.
De aap wordt vaak gezien als het symbool van lelijkheid en kattenkwaad. Toch heeft de aap binnen het boeddhisme zijn eigen plaats. Er bestaat een verhaal dat ten tijde van de T’ang dynastie een keizer opdracht gaf tot het verkrijgen van heilige Boeddhistische boeken uit India. De missie slaagde dankzij de hulp van een aap. Uit dankbaarheid verklaarde de keizer de aap tot ‘de grote wijze, gelijkstaand aan de hemel’. Ook zou de aap macht hebben over heksen elfen en dergelijke. Verder zou hij gezondheid, bescherming en succes kunnen verschaffen aan de mens.
Bamboe
Bambusa arundinacea. Bamboe groeit in het grootste gedeelte van China. Er zijn ongeveer tien verschillende soorten.
Bamboetabletten werden in vroegere tijden soms gebruikt als boeken. Tegenwoordig wordt bamboe op uiteenlopende manieren gebruikt, zoals voedsel, papier, meubilair etc.
Het staat symbool voor een lang leven. Waarschijnlijk heeft het deze betekenis gekregen door de duurzame kwaliteit van het materiaal en het feit dat bamboe door het gehele jaar groeit, ook in de winter, en altijd groen is.
Bronswerk
In het Mandarijn is het karakter t’ung de benaming voor koper, geelkoper en brons. Het karakter is samengesteld uit chin(goud) en t’ung(lijkend op). Brons wordt onder andere gebruikt voor muziekinstrumenten, sculpturen,offervaten en driepotige wijnvaten. De vroegste vormen van beschreven bronswerk is te bezichtigen in het Beijing museum of national history.
Bijen
Apis mellifica. De Chinese bij wordt voornamelijk gevonden in heuvelachtige gebieden en is een niet agressieve soort. Ze worden vaak door monniken gehouden in bergtempels. De bij staat symbool voor industrie en nijver. Een mensen massa wordt vaak aangeduid als een zwerm bijen. Het spreekwoord honing met olie betekent valse vriendschap.
Bidsprinkhaan
De mantis religiosa, beter bekend als de bidsprinkhaan is een groot en slankt uitziend insect. Door zijn houding doet de sprinkhaan denken aan een biddend persoon. Dit insect staat bekend om zijn grote vraatzucht en gulzigheid en is hiervan daarom het symbool.
Bodhi boom
Ficus religiosa. De Bôdhi of Bo boom is de boom van intelligentie. Hij wordt zo genoemd omdat onder deze boom Shakyamuni Boeddha, de Indiase prins, na lange meditatie zijn Bôdhi(Verlichting) bereikte. Hij wordt ook wel de meditatieboom genoemd. De originele boom groeide in Gaya, India. In 288 voor Chr. werd een stek van deze boom meegenomen en geplant in de heilige stad Amarapoora in Birma. Daar staat tot op de dag van vandaag de boom.
Charms/ Talisman
Charms zijn beschermende of gelukbrengende objecten. Soms draagt men ze op het lichaam om bijvoorbeeld ziekte te voorkomen. Amuletten die meestal om de hals worden gedragen aan een koortje kunnen van allerlei materialen worden gemaakt. Dit kan steen, mineraal, metaal of papier zijn. Soms zijn deze materialen beschreven of bewerkt. Soms gebruikt men religieuze teksten.
Chrysanthemum
De Chrysanthemum indicum of Chinese aster wordt in alle delen van China gekweekt en is zeer populair vanwege zijn gevarieerde en rijke kleur. De bloem kan in gedroogde vorm gebruikt worden als thee en heeft een geneeskrachtige werking. De negende maand is de Chrysanthemum maand waarin men erop uit trekt om de bloesems te bekijken. De bloem is het smbool van het midden van de herfst en jovialiteit. Sinds de republikeinse tijd wordt de bloem gebruikt als decoratief element onder andere door het Chinese leger. Het mag beschouwd worden als de nationale bloem. Ook wordt de bloem geassocieerd met een gepensioneerd leven.
Confucius (K’ung Fu Tzu)
Confucius leefde van 551-479 v.Chr. Nog steeds ziet men hem als een van de grootste filosofen. Gedurende zijn leven werkte hij aan verschillende werken zoals Odes, Canon of History en schreef de geschiedenis van de streek waar hij uit vandaan kwam, Spring and Autumn annals. Confucius’ gedachtegoed is bewaard gebleven door aantekeningen van zijn studenten. Deel van zijn filosofie was dat de mens puur was bij geboorte maar dit kon verliezen door onpure invloeden van buitenaf. Er bestaan ook verschillende tempels in zijn naam.
Feng Shui
Feng Shui betekent letterlijk wind en water en is een leer die er op gericht is juiste ligging te vinden voor huizen, graven, zelfs steden. Veel mensen associëren het met een soort binnenhuisarchitectuur, maar dit is niet juist. Belangrijk element in het geheel is de Ch’i. Dit is de universele levensstroom. Als deze geblokkeerd is trekt dit negatieve zaken en ongeluk en door middel van Feng Shui wil men de meest optimale stroming bereiken.
De God van het lange leven
De sterrengod van het lange leven/ouderdom is Canopus, i Argo. Hij wordt vaak afgebeeld terwijl hij uit een perzik komt of in gezelschap van de twee sterrengoden van rijkdom en geluk. Wanneer hij is omgeven door paddestoelen en gekleed gaat in een gele mantel dan verbeeld hij de eeuwige heerser der seizoenen.
De hand van Boeddha
De citrus medica staat ook wel bekend als de hand van Boeddha. het is een oneetbare citroen welke wordt geofferd voor privé-altaren voor het Chinees Nieuwjaarsfestival en andere religieuze aangelegenheden. De vrucht verkreeg zijn naam door de gelijkenis met de klassieke positie van Boeddha’s hand waarbij zijn wijsvinger en pink naar boven wijzen. Het staat symbool voor rijkdom en het geld-pakken-gebaar.
De honderd antieke voorwerpen
De ‘antieke’ voorwerpen zijn een verzameling van diverse symbolische voorwerpen die bij elkaar horen. Zo heb je bijvoorbeeld: de acht schatten of de symbolen van de vier schone kunsten (muziek, schaken, kalligrafie en schilderkunst). Deze groepen worden vaak samen afgebeeld met bloemen, dieren, etc.
Jasmijn
Jasmijn kwam oorspronkelijk naar China uit Perzië en centraal Azië. De blaadjes worden onder andere gebruikt om thee geur te geven. Bovendien wordt er uit de blaadjes olie gewonnen welke wordt verwerkt in cosmeticaproducten. De bloem staat symbool voor zoetheid.
Kleuren
Volgens Chinees gebruik hebben kleuren een betekenis en doel. Zo kunnen ze symbool staan voor rang, autoriteit, deugden en ondeugden, vreugde en verdriet, etc. Men onderscheid zes primaire kleuren: geel, rood, blauw, groen, zwart en wit.
Rood is symbool voor vreugde en wordt altijd gebruikt bij feestelijkheden. Ook wordt het wel geloofd dat rode objecten kwade dingen afweren. Daarnaast staat rood symbool voor deugd, met name eerlijkheid en oprechtheid. Geel is de nationale kleur en vooral de keizerlijke kleur. Alleen de keizer droeg geel en enige uitzonderingen werden gemaakt voor zijn zoons en eventuele directe lineaire afstammelingen. Ook werd geel gebruikt voor de daken van keizerlijke residenties. Zo zijn de daken in De Verboden Stad in Beijing geel, wat tevens symbool staat voor de aarde (Yin) terwijl de muren rood zijn, het symbool van het zuiden (Yang). Charms ter bescherming van kwade invloeden worden meestal op geel papier geschreven. Hoge overheidsambtenaren kregen blauwe stoelen terwijl lagere ambtenaren groene stoelen mochten gebruiken. Wit is een rouwkleur en staat symbool voor morele puurheid. Zwart is de kleur van het kwaad en staat symbool voor ondeugd en schuld. Ten slotte heeft iedere windrichting zijn eigen kleur. Oost is blauw, West is wit, Noord is zwart en Zuid is rood.
Kalebas (pompoenvrucht)
Deze vrucht wordt vaak gedroogd, waardoor hij heel duurzaam wordt. De fles vorm ervan maakt dat hij erg geschikt is om dingen in te bewaren, met name medicijnen worden zo bewaard. Om die reden is een kalebas vaak aanwezig op de uithangborden van medicijnwinkels in China.
De kalebas staat symbool voor mysterie en zwarte magie. Het is tevens het attribuut van Li T’ieh-kuai, een van de acht onsterfelijken. Het kan echter ook verwijzen naar een lang leven, aangezien oude mannen de vrucht vaak op hun rug droegen. Als charm kan het kwade invloeden afweren.
Orchidee
Er zijn in China veel verschillende soorten orchideeën. De meest voorkomende is de Anglaia odorata. Orchideeën, of Lau Hua, worden verdeeld in twee klassen: bloeiend in de lente of bloeiend in de herfst. De bloem staat symbool liefde, schoonheid, geur, verfijning en veel nageslacht. Confucius schreef over de orchidee en daarom wordt de bloem vaak geassocieerd met de perfecte of superieure man.
Koraal
Koraal was al vroeg bekend in China en werd voornamelijk geïmporteerd uit Perzië en Ceylon. Men geloofde dat het afkomstig was van een boom genaamd T’ieh shu die op de bodem van de zee zou groeien en één keer per eeuw bloeien. Het is het symbool van lang leven en officiële promotie. Tijdens de heerschappij van keizer K’ang Hsi (1662-1723) werden koralen voorwerpen populair.
De Kraanvogel
Naast de Fêng, de phoenix, is deze vogel de meest voorkomende wat betreft Chinese mythologie. Volgens deze mythen zou de vogel vele mythische eigenschappen hebben. De kraanvogel wordt geassocieerd met een lang leven. Er wordt bij begrafenissen vaak op de kist een afbeelding geplaatst van een kraanvogel met gespreide vleugels en opgetilde poot. De vogel zou de ziel van de overledene op zijn rug meevoeren naar de hemel.
Er zouden in totaal vier verschillende vogels zijn, namelijk de zwarte, witte, gele en blauwe. De zwarte vogel zou het langst leven, tot over de 600 jaar. Vaak wordt de kraanvogel afgebeeld onder een naaldboom, het symbool van leeftijd.
Maitreya Boeddha
Maitreya komt uit het Sanskriet en betekent ‘vol genade’. Hij wordt altijd afgebeeld als een zeer stevige man met een ontblote borst en buik. Zijn gezicht heeft een lachende uitdrukking en daarom staat hij ook wel bekend als de lachende Boeddha. Gewoonlijk staat hij in de eerste hal van een Boeddhistisch klooster. Van oorsprong was Maitreya een bodhisattva . Toen hij in de Tushitahemel Sakyamuni Boeddha ontmoette benoemde deze hem tot zijn opvolger.
Munten
Het Chinese geld, symbool van voorspoed, is erg populair zowel als amulet of decoratie. De munten kunnen uiteenlopende vormen hebben zoals zwaardvormig tot rond met in het midden een gat. De naam huan fa of ‘ ronde munten’ werd gegeven aan ronde valuta door T’ai Kung in de elfde eeuw B.C. De munten waren van koper en werden omschreven als ‘vierkant binnen in’. Door het gat in het midden kon men de munten aaneenrijgen. Men gebruikt de munten ook vaak als charms om bijvoorbeeld kwaad af te weren of rijkdom aan te trekken. Munten om het kwaad af te weren noemt men Pi hsieh ch’ien. Een rond object met een gat in het midden noemt men Pi. Antieke munten zijn doorgaans heel populair en worden gereproduceerd in verschillende materialen zoals jade. Vaak zijn de originele munten erg zeldzaam.
Mystieke knoop
Dit is een hoekige knoop en het teken op de borst van Vishnu. Het zou bovendien zijn afgeleid van de Swastika. De knoop behoort ook tot de ‘voortekenen op de voetzool van Boeddha’. Soms staat de knoop symbool voor de heilige ingewanden van Boeddha.
P’u Hsien
In het Sanskriet ‘de altijd gracieuze’. P’u Hsien is een bodhisattva en erg populair in China. Hij is beschermheer van de Omi berg in Szechuan, waar veel tempels aan hem gewijd zijn.
Op afbeeldingen is hij te herkennen aan een groenig gelaat, een gele mantel met rode kraag dragend en zittend op een witte olifant. Soms ziet hij er vrouwelijk uit en dit komt voort uit de mogelijkheid die goden hebben om van geslacht te kunnen veranderen.
Pagode
Het woord pagode is in het Sanskriet stûpaen komt oorspronkelijk uit China. Het betekent relikwie houder en werd vroeger gebruikt om een plaats te markeren waar zich heilige overblijfselen bevonden. Pagodes werden ook wel opgericht ter nagedachtenis, devotie of zelfs als wachttoren.
Na de dood en crematie van Boeddha zou zijn as in 84.000 delen zijn verdeeld die elk naar een ander deel van het oosten gingen. De plaats waar zo’n deel werd bewaard werd gekenmerkt door een pagode.
Pruim(enboom)
Zowel de wilde als de tamme pruimenboom komen voor in de centrale provincies. De pruimenboom wordt gewaardeerd om zijn vruchten en zijn bloemen. De bast van de boom wordt ook wel gebruikt als medicijn. De pruim wordt ook wel gezien als een symbool voor een lang leven. De bloesem van de boom hoort bij de ver bloemen die gekoppeld zijn aan de seizoenen.
Pioenroos
Deze favoriete bloem van Chinese tuiniers staat symbool voor liefde, affectie en vrouwelijke schoonheid. De pioenroos hoort bij de vier bloemen die de vier seizoenen verbeelden.
Rat
De rat behoort ook tot de Chinese dierenriem. Hij wordt geassocieerd met timideheid en gemeenheid, maar ook met nijverheid en voortvarendheid. Dit laatste is vanwege het feit dat de rat altijd in staat is voedsel te vinden.
Rozenkrans
De rozenkrans is een essentieel onderdeel van de uitrusting van een Boeddhistische priester. Rozenkransen kunnen van allerlei materialen gemaakt worden zoals hout, amber, jade, edelstenen. Ook worden ze soms geparfumeerd met bijvoorbeeld muskus.
Er bestaat een kleine rozenkrans van achttien kralen wat verband houdt met de achttien Lohan. Een normale krans bestaat echter uit 108 kralen. De bedoeling is dat tijdens het bidden Boeddha’s naam honderd keer wordt uitgesproken. De overige acht kralen zijn bedoeld om eventuele vertellingen te corrigeren, zodat men toch op zijn minst op honderd keer komt.
Rolschilderingen
Een veel voorkomende wijze van huisdecoratie is door middel van rolschilderingen. Het lijkt op een boekrol, maar is een schildering die men op kan rollen. Vaak wordt er op rijstpapier of zijde geschilderd. De afbeelding kan een landschap zijn, maar ook spreuken en gezegdes zijn gebruikelijk.
Seizoenen en bloemen
Ieder seizoen is verbonden aan een bloem. De indeling is als volgt: lente: pioenroos, zomer: lotus, herfst: chrysant en winter: de bloesem van de wilde pruimenboom.
Schaap
Het schaap is ook een teken van de Chinese dierenriem. Verder staat het schaap symbool voor het gepensioneerde leven. Het lam staat symbool voor kinderlijke devotie. De begrippen schaap en geit worden in de astrologie door elkaar gebruikt maar staan voor hetzelfde.
Swastika
De Swastika is een eeuwenoud symbool en is als symbool over de hele wereld bekend. De invulling die er aan gegeven wordt is vaak heel anders. Helaas associëren de meeste westerlingen het met het hakenkruis dat door de nazi’s is gebruikt tijdens de Tweede Wereldoorlog. Dit is niet de juiste betekenis. In wezen is het een belangrijk Boeddhistisch symbool. De swastika wordt gezien als een van de krachtigste gelukssymbolen en wordt ook wel gezien als het symbool voor of zegel van Boeddha’s hart. Het wordt vaak afgebeeld op de plaats van Shakyamuni ’s hart en zou zijn hele geest bevatten.
Tuinen
Al eeuwen was men in China actief in de tuinarchitectuur. Keizer Wu Ti van de Han dynastie liet een botanische tuin aanleggen in Ch’ang-an in 111 v.Chr. In de tuinaanleg probeert men zoveel mogelijk elementen te verwerken die uit de natuur komen. Zo imiteert men heuvels, stromen en plant men bamboe. Vaak moet er glooiing in het terrein zijn zodat men vanaf een hoger gelegen punt de tuin kan overzien. Ook bijzondere rotsformaties, miniatuur bruggen en vijvers met lotussen komen veel voor.
Vaas
Vazen kunnen van allerlei verschillende materialen zijn en veel verschillende vormen hebben. Voor verschillende bloemen zijn er ook verschillende vazen. Zo past een flesvormige vaas het beste bij pioenrozen en orchideeën. Vazen kunnen ook een rol spelen in symboliek. Zo kan het geven van een zeldzame vaas het idee uitbeelden van het behouden van vrede. De klank van de woorden ‘zeldzame vaas’ zijn in het Mandarijn namelijk gelijksoortig aan de klank groet “Moge vrede met u zijn”. Daarnaast zou Boeddha erg gesteld zijn geweest op bloemen en daarom worden er ook altijd bloemen (in vazen) op zijn altaar gezet.
Vlinder
In China komen veel verschillende soorten vlinders voor en zijn dan ook een geliefd onderwerp geweest voor dichters en schilders. De vlinder is het symbool voor vreugde en zomer en is verbonden met huwelijks geluk.
Varken
Ook het varken is een teken van de Chinese dierenriem. Het wilde zwijn staat symbool voor de rijkdom van het bos.
De vijf elementen
Dit zijn water, vuur, aarde, metaal en hout. Zij hebben onderlinge verhoudingen en op basis van deze verhoudingen werkt de natuur. Uit de vijf elementen vloeien voort: vijf atmosferische condities, vijf soorten graan, vijf planeten, vijf metalen, vijf kleuren en vijf smaken
Water produceert hout, maar vernietigt vuur.
Vuur produceert aarde, maar vernietigt metaal.
Aarde produceert metaal, maar vernietigt water.
Metaal produceert water, maar vernietigt hout.
Hout produceert vuur, maar vernietigt aarde.
Vleermuis
De vleermuis speelt een belangrijke rol in Chinese legendes en er wordt dan ook niet met afkeer naar gekeken zoals dit in andere landen wel het geval kan zijn. De vleermuis staat symbool voor een lang leven en geluk. Hij wordt vaak gebruikt als decoratie en is dan vaak rood gekleurd, de kleur van vreugde. Een serie van vijf vleermuizen staat voor de vijf zegeningen: ouderdom, rijkdom, gezondheid, liefde & deugd en een natuurlijke dood. Dit hangt samen met de klank van de karakters voor ‘vleermuis’ en ‘geluk’, beiden worden uitgesproken als Fu.
Wei T’o
Hij was een militaire Boddhisattva en zijn titel luidt: ‘Deva, die de boeddhistische religie beschermt’ . Hij wordt soms geïdentificeerd met Indra. Zijn beeltenis wordt altijd in de eerste hal van een Boeddhistisch klooster geplaatst. Verder wordt hij altijd uitgebeeld in volle wapenuitrusting met een sceptervorming wapen in de hand.
Yao
Yao was de legendarische keizer die regeerde gedurende China ’s gouden eeuw. De legende gaat dat hij werd geboren met wenkbrauwen die acht verschillende kleuren hadden. Hij zat op de troon in 2357 BC en regeerde zo’n zeventig jaar.
Yin en Yang
Volgens Chinese kosmologie is de kosmos gebaseerd op het principe van dualisme. Yin en Yang zijn de negatieve en positieve principes van het universum. Yang staat voor hemel, zon, licht, kracht en mannelijk. Bij Yang horen oneven getallen. Yin staat voor aarde, maan, donker, rust en vrouwelijk. Bij Yin horen even getallen.
Zegels
Persoonlijke zegels zijn al eeuwen gebruikelijk in China. Ze worden gebruikt om documenten te ondertekenen en zijn wat dat betreft even geldig als een handtekening. Als men een officieel document ondertekent gebruikt men rode inkt. De meest voorkomende zegels zijn die met persoons namen. Maar, er bestaan ook zegels met spreuken. Deze zijn meestal uitgevoerd in een antiek handschrift. Sinds de Sung Dynastie (960 A.D.) heeft iedere overheidsambtenaar met enige status een eigen zegel.

![]()