
Een sprookje:
Er was eens.........een
boom die door omstandigheden gewelddadig ontworteld werd. Hij was zijn "stam",
de gemeenschap met de andere bomen van zijn soort kwijt., en ook de aarde
waarop hij geboren was. Zonder wortels zwierf hij door de wereld, en in de
loop van de tijd liet hij luchtwortels groeien waardoor hij zo niet direct
uit de aarde zelf - dan toch uit de lucht - en de lichtwereld, die aan alle
groeiende organismen toebehoorde, zijn voedsel kon halen.
De luchtwortels bleken zeer waardevol, en veelzijdig te zijn: de boom kon
zich daarmee verplaatsen van het ene plekje naar het andere; hij kon bij wijze
van spreken uit deze luchtwortels "benen" maken en gaan lopen. Hij
kon ook "vleugels" maken en gaan vliegen! Op deze manier leerde
hij een stuk van de wereld kennen die voor andere bomen - die nog steeds geworteld
waren - verborgen of onbekend was.
En steeds meer ontdekkend van de wereld, ontdekte hij ook hoe alles in de
grote wereldorganisme met elkaar verbonden en verweven was.
Het verlies van zijn oorspronkelijke wortels en zijn plek op de aarde, leek
voor de boom geen nadeel meer te zijn. Hij voelde zich een "wereldboom
(of burger") worden, en hij voelde zijn "stam" in zichzelf
groeien.
Rondom hem heen zag hij andere "stammen": boomfamilies die bij elkaar
hoorden en die niet ontworteld waren. Deze konden hem niet begrijpen en beschouwden
hem als vreemdeling wanneer hij bij hen in de buurt kwam. Wat hij hun vertelde
over zijn ervaringen in de wijde wereld, konden ze niet begrijpen, omdat het
tot hun natuur hoorde om diep geworteld te zijn.
Voor hen sprak hij vreemde woorden........,en ze wezen hem af. Tevergeefs
probeerde hij tot één of andere "familie" waarmee
hij zich wat verwant voelde, toegang te krijgen, en zijn bewegingsvrijheid
te bewaren. Dat KON niet. Hij mocht wel binnen komen, als hij beloofde braaf
op hun plek te wortelen en niet meer "raar" te doen, met rondreizen
door de wereld!
"Maar de wereld is zo mooi en juist in zijn veelzijdigheid zo geweldig"-
probeerde hij hun te vertellen.
"Als jullie maar één stapje buiten de kring doen en dan
eens rondkijken, dan merken jullie dat er geen reden is om je zelf af te sluiten
in kringen".
Dit klonk bedreigend - "zou deze rare boom iets wat van ons is willen
komen halen om het elders te verspreiden...? en ze maakten hun kring steeds
dichter.
De boom keek rond en zag steeds meer kringen. Binnen de kringen werd er voor
gezorgd dat er voedsel voor de familie was. De bomen die tot de familie behoorden,
gaven WEL voedsel aan elkaar of ze lieten hun vruchten op de aarde vallen
die tot hun terrein behoorde, om deze aarde te bevruchten en om er zo weer
voedsel uit te halen. Voor de behoeftes van de familie werd gezorgd, en de
indringers werden er buiten gehouden.
Maar de vernieuwing kwam moeilijk op gang in zulke "stammen". De
ontwortelde boom probeerde deze familie attent te maken op de bevruchtingsmogelijkheden,
Als ze hun gesloten kringen niet zo dicht zouden houden. "Kijk verder!
SLUIT JE NIET AF.
De tijd dat
er stamfamilies waren, die een duidelijke taak te volbrengen hadden, is voorbij.
Bevrijd jezelf uit de greep van TE diepe wortels en ga een poosje vrij rondlopen.
Kijk wat er nog meer op deze wereld aan het groeien is!
Tevergeefs probeerde de boom op deze wijze te spreken. Ten slotte kwam hij
zelf tot de conclusie dat hij een sufferd was, om begrip te verwachten van
de kant van al de diepgewortelde boomfamilies die nooit van hun geboorteplek
weg waren geweest.
"De gewortelden
konden de ontwortelde niet begrijpen. De ontwortelde zou de gewortelden moeten
proberen begrijpen".
Wie zou de ontwortelde dan WEL kunnen begrijpen? Welnu, niemand anders dan
diegenen die ook door omstandigheden een stevige schop hebben gekregen, en
niet meer zo diep met hun wortels in hun aarde zaten: andere bomen die ontgroeid
waren aan de families.
En ineens "zag" onze boom een heleboel van zulke schepsels om zich
heen. "Zieke bomen", of "verdwaalde bomen" of "rare
bomen" heten ze. Bomen die niet meer wisten waar ze thuis hoorden. Bomen
die door crisistoestanden waren gegaan, en nu met halve wortels in de aarde
zaten. Bomen die soms vrijwillig, de bestaande harde orde doorbraken en die
vrijwillig die plekken verlieten waar ze eeuwenlang gegrondvest waren
Een raar gezelschap om te zien: nog helemaal niet evenwichtig en zeker nog
niet "volwassen". De anderen keken van bovenaf op hen neer. Kinderen
- "ontspoorde kinderen" - en ze begrepen hen niet.
Toch was het in dit gezelschap dat onze boom ontvankelijkheid vond voor de
boodschappen die hij te brengen had. En er begon op kleine schaal iets te
ontstaan wat een nieuwe familie beloofde te worden: een gastvrije, open familie,
die zich niet wilde afsluiten van de buitenwereld; die graag de vreemdelingen
wilden ontmoeten om hun te vragen: "Wie ben je? Wat zoek je? Is er misschien
iets wat wij samen kunnen doen? Kunnen wij misschien van elkaar iets leren?"
De boom overlegde wat men met de krachten zou kunnen doen die, oorspronkelijk,
bestemd waren om de bomen sterk te laten wortelen.
Als men een dergelijke ontwortelde boom was en men was niet van plan om op
de oude manier wéér te gaan wortelen .....dan waren deze krachten
vrij. Wat zou men hiermee kunnen doen? OM DRAAIEN! De oorspronkelijke "
wortelkrachten" als antenne naar de kosmos richten. Er licht doorheen
laten stralen en licht naar de aarde laten stromen. En de boom kreeg een beeld
van een nieuwe taak voor alle ontwortelde bomen. Een taak die alle gewortelde
bomen niet zullen begrijpen, zolang er bij hen niets gebeurt, dat hen zelf
naar een verandering doet verlangen.
En ineens voelde de boom vrede met de wereld. En begrip voor wie hem niet
heeft kunnen begrijpen. En dankbaarheid voor zijn lot dat hem, toen gewelddadig
ontwortelde, opdat hij een andere werkelijkheid kon beleven.
Een sprookje van onbekende oorsprong