
“Ik ben een vriendelijk woord, door de
natuur geuit, vervolgens teruggevonden en verborgen aan haar hart om ten tweede
male te worden uitgesproken.
Ik ben een ster, gevallen van het blauwe firmament op een groen grastapijt.
Ik ben de dochter der seizoenen, door de winter onder het hart gedragen, door
de lente gebaard door de zomer groot gebracht.
En ter ruste gelegd in het bed van de herfst.
In de dageraad verenig ik mij met de bries om de komst van het licht aan te
kondigen.
Ik de avondstond voeg ik mij bij de vogels om de dag vaarwel te zeggen.
De vlaktes zijn met mijn fraaie kleuren getooid, de lucht gaat zwanger van
mijn geuren.
Als ik de sluimer omhels, waken de menigvuldige ogen van de nacht over mij.
Ontwaakt, staar ik naar de zon, het enkelvoudige oog van de dag.
Ik drink de dauw als wijn en luister naar het kwinkeleren van de vogels en
dans op het ritmisch zwaaien van het gras.
Ik ben de gift van de geliefde.
Ik ben de lieflijke, bloemenrijke bruidskrans.
Ik ben de herinnering aan een ogenblik van geluk.
Ik ben de laatste gave van de levenden aan de doden.
Ik maak deel uit van vreugde en verdriet.
Altijd blik ik hemelwaarts om enkel het licht te aanschouwen en niet mijn
eigen beeltenis.
Nooit kijk ik naar beneden naar mijn eigen schaduw.
Dit is een wijsheid die de mens zich nog niet eigen heeft gemaakt.’’

![]()
| PRAKTIJK VOOR HOLISTISCHE THERAPIE | JAN ANNE LOONSTRA |