Door: Anonieme schrijver
Groningen, juli 2004
Zomaar een reactie op …………..!!!
Een verhaaltje met een goede afloop. Een onomkeerbaar proces, ook al zal 'het' nog wel eens opspelen.
Misschien ook prettig om te weten. Ik merk aan mijn (helaas, altijd secundaire) reactie dat ik weer eens teveel emoties in een ander geïnvesteerd heb, zonder mijzelf dat in die mate bewust geweest te zijn.
Om met Annie M. G. Schmidt te spreken:

"Dit is pater Zwierelier,
hij maakt soep van bordpapier,
hij maakt soep met liefde,
maar niemand die het bliefde."
Pater Zwierelier deelt geen soep meer uit en wil zelf ook geen soep meer. Pater Zwierelier is zijn contact met eenheid en liefde even kwijt, hij heeft een zee van tranen gestort en ligt nu in de Recovery Room.
Zijn pij, die hij anders zo stevig om zich heen trekt en die anderen en hemzelf ertoe brengt te denken dat hij vanuit zijn geloof tegen alles bestand is, ligt naast het bed.Hij heeft niet de kracht om hem op te pakken. Hij hoort iemand zeggen: "We hebben nog wel contact. Laat me weten wanneer je huis klaar is. Ik stuur je nog een schijfje met afbeeldingen" .Gelukkig lijkt het alsof er een scherm opgetrokken wordt zodat de woorden, - die hem wel pijlen toeschijnen -, daarop afketsen. Zijn hart doet zeer, maar hij kan het niet laten merken. Ergens is wel een alarmknop gegaan en de automatische piloot heeft het van hem overgenomen: hij praat en beweegt zonder er zelf bij betrokken te zijn (het programma werkt overigens niet optimaal, hij praat als een kip zonder kop, en de verbaasde en verontwaardigde reacties daarop pieken steeds heel even in zijn bewustzijn, maar niet genoeg om hem er weer bij te halen).
Als pater Zwierelier eindelijk alleen is kan hij zijn pijn toelaten en hartgrondig huilen. Af en toe schiet hij uit zijn lichaam en is gedesoriënteerd. Zijn pij die op de grond ligt, is een vormloze donkere vlek in de diepte. Heel in de verte ervaart hij de aanwezigheid van witte bloemen, alsof ze hem troosten.
Ergens in zijn gewaarzijn weet hij dat het is zoals het is en dat ook dit voorbij gaat.
Als hij weer enigszins tot zichzelf komt, is hij steenkoud en maakt zich zorgen over het feit dat iemand hem wellicht een schijfje met afbeeldingen wil sturen, of van hem wil weten hoe het met zijn huis gaat. Iemand die hij heel graag mag en die hij hoogacht, die hij niet zo goed kent, maar die hem (desgevraagd) heeft gezegd geen vriend of kennis van hem te kunnen zijn. "Hoe zou ik daar ooit op kunnen reageren", denkt hij, "rustig praten over dergelijke trivialiteiten". Zijn nieuwe huis?, hij kan er op het moment noch energie aan ontlenen, noch kan zich voorstellen er óóit nog energie aan te kunnen geven: het lijkt ingestort te zijn. "Hoe zou ik kunnen spreken, of zelfs maar mailen", denkt hij, "of zelfs maar een mail ontvángen, van iemand die mij heeft gezegd níet een vriend of kennis te kunnen zijn, terwijl ik dat zo graag zou willen. Alsof er niets gebeurd is".
"En wat ís er dan gebeurd", denkt hij, "behalve dat ik het gevoel heb als een fantast ontmaskerd te zijn en weer eens op mezelf teruggeworpen te worden. Wist ik niet al lang dat ik een fantast ben? En ben ik er geen meester in om op mezelf teruggeworpen te zijn?
Waarom moet ik daar zo ondersteboven van zijn.............". Maar hij is er ondersteboven van, het valt niet te ontkennen. Nou ja, ervan? Evengoed weet hij dat de kennelijke illusies zich in zíjn innerlijk hebben afgespeeld, dat de emoties nú zich in zíjn innerlijk afspelen en dat dit hem zeker niet 'aangedaan' werd. Het maakt weinig uit, de rauwe pijn is daar.
Pater Zwierelier realiseert zich op dit moment niet dat zijn sterke contacten met de hogere sferen van het leven, waar hij zelden met mensen over praat, altijd in hem dóór echoën. In die gebieden zijn de contacten zo vanzelfsprekend en moeiteloos, je herkent ieders ziel en op de liefde van je hart, dat je in een stralend licht transformeert, kun je iemand uitnodigen en je hart en ziel zich doen laten versmelten om elkaar zo te verrijken met elkaars zielskwaliteiten. Daar geen moeizame communicatie die tot misverstanden leidt, geen tegenstellingen, geen moeizaam mannelijk-vrouwelijk evenwicht, geen intelligentie in dienst van oordelen en veroordelen. Geen verwarring, geen angst, geen noodzaak tot tranen, ook al kan de liefde ook daar, als het nodig is, illusies met donder en bliksemschicht uiteen rijten, zij het altijd zachtklievend.
Pater Zwierelier realiseert zich op dit moment niet dat zijn verlangen naar het realiseren van deze eenvoud hem er soms van weerhoudt de aardse realiteit te nemen voor wat zij is. Hij realiseert zich niet dat zijn verdriet vooral daar mee te maken heeft en met zijn onvermogen om zich uit te spreken over wat hij weet en met zijn verlangen om zó te leven en niet anders.
Hij is even verstrikt in de wereld waarin hij nu eenmaal leeft.
Ah, zolang als hij met zijn gedachten en gevoelens rond de hete brei aan het worstelen was, bleef de zon om zijn as draaien en zoals die iedere dag weer aan de horizon opkomt, begon het ook bij pater Zwierelier weer te dagen. Hij realiseert zich dat hij nu eenmaal in de wereld van keuze leeft en dat elke ervaring alleen dat is wat je er zelf van maakt. Hoe wíl hij dat deze ervaring uitpakt?
Afgezien van het feit dat hij hoe dan ook geen andere keus heeft dan de gang van zaken te accepteren, hij kan ook niet anders dan die respecteren.
Vrijheid is een groot goed en die wenst hij zowel voor zichzelf als voor anderen. Dat geeft verplichtingen, om het maar zo te zeggen, en één daarvan is zo'n situatie zonder onnodige emoties en met zoveel mogelijk 'gratie' achter je te laten.
"Natuurlijk is dat mogelijk," denkt hij, "dát is wat ik wil en dat is iets wat ik in de hand heb. So be it."
Hij voelt zich iets beter.
En is dat het eind van de wereld? De liefde die hij in zijn hart voelt en waarmee hij geen kant uit lijkt te kunnen laat zich voelen als een pijnlijke steek.
"Vermoedelijk omdat ik haar te weinig ruimte geef", zegt Pater Zwierelier vastbesloten. "Dus het recept is heel simpel: zij heeft meer ruimte nodig en die ga ik haar geven".
En hij voelt zich alweer iets beter, en in staat om weer om zich heen te kijken. Voor zijn geestesoog verschijnt een witte Iris. En het daagt hem nog verder: hoe is het mogelijk dat hij dat vergeten was: you'll never walk alone!
Hij voelt zich opeens weer opgeheven en opgetogen.
Ach, die pater Zwierelier heeft een hart van bordpapier. Niemand die het bliefde? Hij maakt soep met liefde.

![]()